TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR
Eerste lezing
Uit profeet Jesaja 56,1.6-7.
Zo spreekt de Heer: Onderhoudt het recht, beoefent de gerechtigheid, want de komst van mijn redding is nabij en mijn gerechtigheid wordt weldra geopenbaard. De vreemdelingen die zich bij de Heer hebben aangesloten, om Hem te dienen en de naam van de Heer te beminnen, om zijn dienstknechten te zijn; al degenen die de sabbat onderhouden, hem niet ontheiligen en vasthouden aan mijn verbond: hen allen laat Ik komen naar mijn heilige berg, en schenk hun vreugde in mijn huis van gebed. Hun brand en slachtoffers zijn welgevallig op mijn altaar. Want mijn huis zal heten: Huis van gebed voor alle volken.
Psalm
Psalmen 67(66),2-3.5.6.8.
God, wees ons genadig en zegen ons, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen, dan zal men op aarde uw weg leren kennen, in heel de wereld uw reddende kracht. Laten de naties juichen van vreugde, want u bestuurt de volken rechtvaardig en regeert over de landen op aarde. Dat de volken U loven, God, dat alle volken U loven. Moge God ons blijven zegenen, zodat men ontzag voor Hem heeft tot aan de einden der aarde.
Tweede lezing
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 11,13-15.29-32.
Broeders en zusters, Ik Paulus, richt mij nu tot u die uit het heidendom gekomen zijt. Ik ben weliswaar apostel van de heidenen, maar ik schat dit ambt juist hierom zo hoog, omdat ik hoop mijn eigen volk tot naijver te prikkelen en er althans enigen van te redden. Want als hun verwerping de wereld verzoening heeft gebracht, wat kan dan hun aanneming anders betekenen dan leven uit de doden? Want God kent geen berouw over zijn genadegaven noch over zijn roeping. Zoals gij eertijds aan God ongehoorzaam zijt geweest, thans echter, dank zij hun ongehoorzaamheid, ontferming hebt gevonden, zo zijn zij op hun beurt thans ongehoorzaam geworden, opdat nu ook zij, ten gevolge van de u betoonde ontferming, erbarming zouden vinden. Zo heeft God allen in ongehoorzaamheid opgesloten om allen in te sluiten in zijn ontferming.
Evangelie
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 15,21-28.
In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon. Op een gegeven ogenblik trad een Kananeese vrouw afkomstig uit dat gebied naar voren, luid roepend: 'Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld.' Maar Hij gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek: 'Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.' Hij antwoordde: 'Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden.' Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: 'Heer, help mij!' Hij gaf haar ten antwoord: 'Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.' 'Wel waar, Heer', sprak zij,'want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.' Daarop zei Jezus haar: 'Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd.' En van dat ogenblik was haar dochter genezen.
Verder reflecteren in ChatGPT
Opent een nieuwe chat met deze teksten.
De tekst wordt via de link aan ChatGPT doorgegeven. Deel geen persoonlijke gegevens die je niet wil delen.